Ik rij in de auto op de weg

Onderwerp:
straat en verkeer
Door: Kimberley Kornelisse
Laatst bewerkt op: 30 juni 2022
De auto's rijden over de weg. Auto's rijden hard en stoppen voor het stoplicht. Hebben alle kinderen een auto? Rijden zij weleens in de auto? Rijdt de auto nu heel snel of heel langzaam?

Handig!

Thuiskaart
Lab: Ik rij in de auto op de weg

Ik rij in de auto op de weg
Wat doe je?
Een autoweg maken Wat heb je nodig? Een stuk karton, krijtjes of stiften, speelgoed auto's. Gebruik de woorden: De auto, de weg, rijden, stoppen, snel.

Oefen deze woorden thuis

  • de auto
  • de weg
  • hard (snel)
  • straat en verkeer (onderwerp)
  • stoppen
  • rijden
Proefje
Knip een stuk van een karton. Maak met gekleurde stif/krijt een autoweg. Je kan meerdere banen maken met verschillende kleuren. Zet de gemaakte weg schuin tegen een traptrede, krukje of de bank aan. Zet auto's neer en laat ze naar beneden rijden. Welke auto is het eerste beneden?
Lab: Ik rij in de auto op de weg

Benodigdheden

Kring: Verschillende kleuren auto's, weg van foam/stoepkrijt, papier, stoplicht. 

Proefjes 1 Rijden door de rijst: Een bak, kleine auto's, rijst.

Proefje 2 De weg maken: Auto's, puzzel weg/way to play/foam weg.

Proefje 3 Buiten op de weg rijden: Een auto/fietsje waar kinderen op kunnen, stoepkrijt.

Proefje 4 Stoppen of rijden: een weg, auto's, stoplicht van zwart, rood, oranje en groen papier, pittenzakjes. 

Proefje 5 Tekenen met auto's: behangrollen, auto's, tape, stiften.

  • Kring openen

    Maak met een autopuzzelbaan of stoepkrijt een weg in het midden van de kring. Introduceer de auto's, welke kleur hebben ze? Waar gaan ze naar toe rijden? Wie is er met de auto gekomen? De auto rijdt hard, de auto stopt. Waar zullen we naar toe rijden?
  • Tips

    Gebruik verschillende kleuren auto's en (herkenbare) materialen van de groep die met het thema te maken hebben.
  • Benodigdheden

    Kring: Verschillende kleuren auto's, weg van foam/stoepkrijt, papier, stoplicht. 

    Proefjes 1 Rijden door de rijst: Een bak, kleine auto's, rijst.

    Proefje 2 De weg maken: Auto's, puzzel weg/way to play/foam weg.

    Proefje 3 Buiten op de weg rijden: Een auto/fietsje waar kinderen op kunnen, stoepkrijt.

    Proefje 4 Stoppen of rijden: een weg, auto's, stoplicht van zwart, rood, oranje en groen papier, pittenzakjes. 

    Proefje 5 Tekenen met auto's: behangrollen, auto's, tape, stiften.

Proefjes

Rijden door de rijst

Geschikt voor peuters

Proefje

Rijden door de rijst
Lab: Ik rij in de auto op de weg
Geschikt voor peuters

Wat doe je?

Rijdt met de auto's door de rijst.

Wat zeg je?

De auto gaat rijden. Met de auto maken we een weg. Rijdt maar snel/langzaam. Stop! En door rijden.

De weg maken

Geschikt voor peuters

Proefje

De weg maken
Lab: Ik rij in de auto op de weg
Geschikt voor peuters

Wat doe je?

Maak samen een weg en rijdt met de auto's over de weg.

Wat zeg je?

We gaan de wek maken. Laat de auto over de weg rijden. Hier moet de auto stoppen. Hier kan de auto snel rijden en hier langzaam. Waar gaat de auto naar toe rijden?

Buiten rijden over de weg

Geschikt voor peuters

Proefje

Buiten rijden over de weg
Lab: Ik rij in de auto op de weg
Geschikt voor peuters

Wat doe je?

Pak een fiets of auto en rijdt over de stoepkrijtweg op het plein.

Wat zeg je?

Je rijdt op de weg. Waar ga je naartoe rijden? Waar ga je stoppen? Rijd je snel of langzaam?

Stoppen of rijden

Geschikt voor peuters

Proefje

Stoppen of rijden
Lab: Ik rij in de auto op de weg
Geschikt voor peuters

Wat doe je?

Gooi samen een zakje op een kleur van het stoplicht. Als het zakje op rood ligt moet de auto stoppen. Als het zakje op groen ligt mag de auto rijden.

Wat zeg je?

Op welke kleur ligt het zakje? Laat de auto over de weg rijden als het zakje op groen komt. Moet de auto stoppen of mag de auto rijden? Het zakje ligt op groen. Rijdt maar snel met de auto.

Tekenen met auto's

Geschikt voor peuters en kleuters

Proefje

Tekenen met auto's
Lab: Ik rij in de auto op de weg
Geschikt voor peuters en kleuters

Wat doe je?

'Rijdt met de auto waaraan de stift geplakt zit over het papier. Wat gebeurt er?

Wat zeg je?

Waar rijdt de auto naartoe? Wat maakt de auto? Ga je snel of langzaam rijden? Waar stopt de auto?
Lab: Ik rij in de auto op de weg

Wat doe je?

Lab: Ik rij in de auto op de weg

Wat doe je?

Lab: Ik rij in de auto op de weg

Wat doe je?

Lab: Ik rij in de auto op de weg

Wat doe je?

Lab: Ik rij in de auto op de weg

Wat doe je?

    Plaats een reactie

    U dient in te loggen om een reactie te plaatsen.