Wij spelen met sneeuw

Onderwerp:
de sneeuw
Door: Sara Ben Salah
Laatst bewerkt op: 09 september 2022
Je gaat het hebben over thema winter. De kinderen gaan met sneeuw spelen op verschillende manieren. Ze gaan tijdens het lab ontdekken met hun handjes, ze gaan ruiken met hun neusjes en ervaren met hun oogjes.

Handig!

Thuiskaart
Lab: Wij spelen met sneeuw

Wat doe je?
Maak thuis sneeuwvlokken; scheur oude kranten in kleine stukjes papier. Verzamel dit in een theedoek en laat je kind eronder staan. Zwaai de theedoek in de lucht en laat je kind dansen onder de sneeuwvlokken. Nu lijkt het alsof het echt sneeuwt!

Oefen deze woorden thuis

  • de sneeuw
  • de sneeuwpop
  • de sneeuwvlok
  • de winter
  • het sneeuwt
  • sneeuwballen gooien
Proefje
Waar denk je aan als je aan het woordje winter denkt? - "Hoe voelt sneeuw aan? " - "Wat trek je aan in de winter?" - "Waar speel je mee als het sneeuwt?"
Lab: Wij spelen met sneeuw

Benodigdheden

Kring: Een tafel in het midden van je kring met de volgende materialen: scheerschuim, piepschuim, wattenbollen of ijsblokjes. Proefje 1: Sneeuwbal spel: Rietje, bakje en wattenbol. Proefje 2: Sneeuwpop maken: Scheerschuim, sneeuwpop (gelamineerd). Proefje 3: Sneeuwballen maken: Plastic bordje, scheerschuim en bloem. Proefje 4: Slagroom spuiten Slagroom, sneeuwpop gelamineerd, dropmuntjes en wortel. Proefje 5: Maak een sneeuwbol Flesjes of potjes, water, glitters en pompons

  • Kring openen

    Als je je kringgesprek gaat starten ga je het eerst hebben over het thema winter. Stimuleer een actieve interactie tussen de ouders en kinderen. Verzamel verschillende soorten materialen die lijken op sneeuw en presenteer dit aan ouder en kind. Denk bijvoorbeeld aan: scheerschuim, piepschuim, wattenbollen of ijsblokjes.
  • Tips

    Als het buiten sneeuwt ga je naar buiten en ga je voelen, ruiken en misschien zelfs proeven aan sneeuw.
  • Benodigdheden

    Kring: Een tafel in het midden van je kring met de volgende materialen: scheerschuim, piepschuim, wattenbollen of ijsblokjes. Proefje 1: Sneeuwbal spel: Rietje, bakje en wattenbol. Proefje 2: Sneeuwpop maken: Scheerschuim, sneeuwpop (gelamineerd). Proefje 3: Sneeuwballen maken: Plastic bordje, scheerschuim en bloem. Proefje 4: Slagroom spuiten Slagroom, sneeuwpop gelamineerd, dropmuntjes en wortel. Proefje 5: Maak een sneeuwbol Flesjes of potjes, water, glitters en pompons

Proefjes

Sneeuwbal spel

Geschikt voor peuters en kleuters

Proefje

Sneeuwbal spel
Lab: Wij spelen met sneeuw
Geschikt voor peuters en kleuters

Wat doe je?

Maak een sneeuwbal van een wattenbol. Zuig aan het rietje en probeer met het rietje de sneeuwbal in het bakje te krijgen.

Wat zeg je?

Zuigen, blazen, sneeuw, ijs, bal, rond, wedstrijdje met papa of mama?

Sneeuwpop maken

Geschikt voor peuters en kleuters

Proefje

Sneeuwpop maken
Lab: Wij spelen met sneeuw
Geschikt voor peuters enkleuters

Wat doe je?

Maak met scheerschuim een sneeuwpop.

Wat zeg je?

Hoe voelt dat? Hoe ruikt dat? Wat heeft een sneeuwpop nog meer? Waar zitten de ogen/neus/hoed?

Sneeuwballen maken

Geschikt voor peuters en kleuters

Proefje

Sneeuwballen maken
Lab: Wij spelen met sneeuw
Geschikt voor peuters en kleuters

Wat doe je?

Maak een sneeuwbal met bloem en scheerschuim. We gaan een sneeuwbal maken. Doe wat bloem op een bordje en spuit er wat scheerschuim bij. Kneed hier een sneeuwbal van.

Wat zeg je?

Wat voel je? Wat gebeurt er nu? De sneeuwbal valt uit elkaar! Nu is het sneeuw geworden. Woorden: de sneeuwbal, spuiten, kneden, kijken, de sneeuw, het sneeuwt.

Slagroom spuiten

Geschikt voor peuters en kleuters

Proefje

Slagroom spuiten
Lab: Wij spelen met sneeuw
Geschikt voor peuters en kleuters

Wat doe je?

Versier de sneeuwpop met sneeuw

Wat zeg je?

Hoe voelt dat? Hoe ruikt dat? Heb je zelf weleens een sneeuwpop gemaakt?

Maak een sneeuwbol

Geschikt voor peuters en kleuters

Proefje

Maak een sneeuwbol
Lab: Wij spelen met sneeuw
Geschikt voor peuters en kleuters

Wat doe je?

Vul een flesje op potje met water, wat glitters en pompons. Draai het flesje goed dicht en schudden maar! Wat gebeurt er? Het sneeuwt!

Wat zeg je?

Vullen, draaien, de dop, het flesje, de pompom, schudden, de sneeuw, het sneeuwt
Lab: Wij spelen met sneeuw

Wat doe je?

Lab: Wij spelen met sneeuw

Wat doe je?

Lab: Wij spelen met sneeuw

Wat doe je?

Lab: Wij spelen met sneeuw

Wat doe je?

Lab: Wij spelen met sneeuw

Wat doe je?