We gaan spelen met de wind!

Onderwerp:
seizoenen & weer
Door: Kimberley Kornelisse
Laatst bewerkt op: 11 november 2022
In dit lab gaan de kinderen spelen met wind door op verschillende manieren wind te maken (blazen, met een ventilator, buiten, met een ballonnenpomp/fietspomp. Wat gebeurt er? Hoe voelt dat?

Handig!

Liedjes

Thuiskaart
Lab: We gaan spelen met de wind!

We gaan spelen met de wind!
Wat doe je?
Kijk door het raam naar de bomen. Gaan de takken heen en weer? Zo ja, het waait buiten! De wind blaast lucht door de bomen. Pak een touwtje/stukje wol en een pendaalemmerzakje/plastictasje. Trek je jas aan en ga naar buiten. Maak een stuk touw aan het pendaalemmerzakje/plastictasje. We gaan buiten in de wind vliegeren.

Oefen deze woorden thuis

  • blazen
  • buiten
  • de lucht
  • de wind
  • het waait
  • seizoenen & weer (onderwerp)
Proefje
Kijk naar buiten. Stel deze vragen: Bewegen de takken van de bomen? Zo ja, het waait! We gaan naar buiten, spelen met de wind. We gaan vliegeren met een zakje/tasje. Ren door de wind met het zakje aan het touwtje. Wat gebeurt er? Hoe hard waait het? Gaat de lucht door het zakje?
Lab: We gaan spelen met de wind!

Benodigdheden

Kring: ventilator, ballonnenpomp/fietspomp, pendaalemmerzak, bladeren. 

Proefje 1: Wind door een rietje
Rietje, zipzakje

Proefje 2: Wind met een ventilator
Ventilator, bladeren/piepschuim, haren

Proefje 3: Wind met een pomp
Fietspomp/ballenpomp, bladeren

Proefje 4: Buiten vliegeren in de wind
Pendaalemmerzakje, touw, buiten plein

Proefje 5: Wind met een fohn
Fohn, papier, haren

  • Kring openen

  • Tips

  • Benodigdheden

    Kring: ventilator, ballonnenpomp/fietspomp, pendaalemmerzak, bladeren. 

    Proefje 1: Wind door een rietje
    Rietje, zipzakje

    Proefje 2: Wind met een ventilator
    Ventilator, bladeren/piepschuim, haren

    Proefje 3: Wind met een pomp
    Fietspomp/ballenpomp, bladeren

    Proefje 4: Buiten vliegeren in de wind
    Pendaalemmerzakje, touw, buiten plein

    Proefje 5: Wind met een fohn
    Fohn, papier, haren

Proefjes

Wind door een rietje

Proefje

Wind door een rietje
Lab: We gaan spelen met de wind!

Wat doe je?

Pak een rietje en blaas er door. Met je mond maak je door het rietje wind. Doe daarna het rietje in het zakje. Wat gebeurt er met het zakje?

Wat zeg je?

Blaas maar door het rietje. Voel eens met je handje aan de andere kant van het rietje als je blaast. Wat gebeurt er? Voel je de lucht? Het lijkt nu net of het waait. Hoe voelt dat? Doe nu het rietje in het zakje en blaas door het rietje. Wat gebeurt er? Voel je dat?

Wind maken met een ventilator

Proefje

Wind maken met een ventilator
Lab: We gaan spelen met de wind!

Wat doe je?

Zet de ventilator aan en voel maar. Wat gebeurt er? Gooi de bladeren voor de ventilator. Wat gebeurt er met de bladeren?

Wat zeg je?

Hoe voelt dat? Wat gebeurt er? Voel je de wind? Het waait! Gooi de bladeren voor de ventilator. Wat gebeurt er met de bladeren? Waar waaien de bladeren naartoe? Waaien de bladeren weg? Hoe voelt de lucht? Warm of koud? Ga met je haren voor de ventilator staan. Wat gebeurt er met je haren?

Wind met een pomp

Proefje

Wind met een pomp
Lab: We gaan spelen met de wind!

Wat doe je?

Beweeg de pomp heen en weer. Voel met je hand. Hoe voelt dat?

Wat zeg je?

Beweeg de pomp heen en weer. Voel met je hand. Voel je de wind uit de pomp? Is de wind/lucht warm of koud? Blaas de wind door de haren van je papa of mama. Wat gebeurt er met de haren?

Buiten vliegeren in de wind

Proefje

Buiten vliegeren in de wind
Lab: We gaan spelen met de wind!

Wat doe je?

Pak een touwtje en maak deze aan een pedaalemmerzakje. Ga naar buiten en kijk eens naar de bomen. Waait het? Ren door de wind. Wat gebeurt er met het zakje?

Wat zeg je?

Ga naar buiten en kijk eens naar de bomen. Waait het? Gaan de takken heen en weer? Ren maar! Wat gebeurt er met het zakje? Het zakje vult zich met lucht/wind. Nu ben je aan het vliegeren! Hoe voelt dat in de wind?

Warme wind met een fohn

Proefje

Warme wind met een fohn
Lab: We gaan spelen met de wind!

Wat doe je?

Scheur het papier tot kleine stukjes. Zet de fohn aan. Voel eens, is de wind/de lucht warm of koud? Blaas met de fohn de papiertjes weg.

Wat zeg je?

Scheur het papier in kleine stukjes. Zet de fohn maar aan. Hoe voelt dat? Is de lucht warm of koud? Wat gebeurt er als je met de fohn over de papiertjes heen gaat? Waar waaien de papiertjes naar toe? Waait het hard of zacht?

    Plaats een reactie

    U dient in te loggen om een reactie te plaatsen.